Butterflies.

His breath caresses her face. Coffee and cigarettes mixed with his odour. Musk and earth. Dark. Man. Virile.  Her mouth opens a little. They both are breathing heavenly, haven’t spoken a word since they found each other, here, outside at the willow tree. They move closer. And closer. Their eyelashes almost touch. He turns his

Marsepein.

My heart is made of bones. // Soms ook van marsepein. // Als er een puzzelstukje ontbreekt waait de wind erdoor. // Dat doet pijn en geeft rillingen. // Als je het opvult met tranen komt het na een tijdje altijd weer goed. // Als het heel warm wordt schiet het vuurwerk dat behoorlijk kan

bloed.

er kleeft bloed aan je lippen // stroperig nestel je // jezelf rond mijn hart // mijn vleugels hulpeloos // fladderend, wild met de benen in de lucht // onderdanig bied ik mijn hals aan // jij bijt mijn strot over // ik bloed verbijstering // en afgrijzen // (jij rolt een sigaret en pulkt