Ik heb het hier al wel eens eerder verkondigd, dat feestgedruis is niet zo aan mij besteed. Als ik terugkijk op de afgelopen twee weken dan was het precies een versnelde tekenfilm: auto inladen – 12 uur rijden – auto uitladen – kussen – bijpraten – lachen – eten – drinken – slapen – en de volgende dag – nog een beetje rijden en het hele gebeuren op repeat, alleen telkens in een ander huis. En alsof België nog niet voldoende was, zetten wij de kinderen weer af in het zuiden en reden zelf door naar Barcelona, de vlieger op en landden voor oudjaar in Montecorte, een prachtig bergdorpje in het zuiden van Spanje.
Begrijp me niet verkeerd: ik heb me gelaafd aan de nabijheid en liefde van familie en vrienden en kan er weer een tijdje tegen. Ik heb ook heel veel foto’s genomen in mijn hoofd. Heel bewust. Omdat 2025 voor mij in het teken stond van zoveel mogelijk in ‘het nu’ te leven. Sézanne’s dansjes. Stratego spelen met mijn neefjes. Samen in een boek bladeren met mijn moeder. Het warme nest in de Lentehoeve. Luidkeels meezingen met het hitster spel. Met enkel een t-shirt aan tapas eten. De zon op je snoet als je nipt van een glaasje cava. Juliette en de hondjes. De over-the-top dancemoves.
Op de terugreis trakteer ik mezelf op een langzame diavoorstelling in mijn hoofd die me warm maakt van binnen en mijn ogen bevochtigt.
Een vliegtuigvertraging en ettelijke autofiles later komen we na middernacht thuis en vervloek ik mijn ondertussen getrainde ‘in het nu leven’ staat van zijn. Want van de haren op de trap kan je een deken vilten en de witte toiletten zijn twee gele pispalen. En als ik om 1 u ’s nachts met een javelspray de aanval inzet en verwoed het hele huis stofzuig mompel ik zacht dat je met kinderen vooral vooruit moet denken want dat een blinkende diamant eerst ook een zwart steentje is dat je moet polijsten. En terwijl ik een vers bed opdek, je weet immers nooit wat er tijdens onze afwezigheid allemaal is gebeurd, probeer ik mijn steeds woester opborrelende frustratie te kanaliseren en me voor te bereiden op hoe ik morgen enkele constructieve tips zou kunnen geven aan drie tienerzonen zonder té hysterisch te klinken.
Maar wanneer wij eindelijk in bed liggen en zij net, of nog, eens wakker worden, stroom ik over van de knuffels in bed en voel ik me zo rijk met die kanjers van mij, de katten op ons bed en Brando op zijn matrasje naast de deur. Ik neem nog enkele foto’s in mijn hoofd.
De volgende dag, terwijl de wasmachine en droger op volle toeren draaien alsof we een professioneel bedrijf runnen van thuis uit, komt de middelste zoon naar beneden en vraagt of we zijn haar kunnen afscheren. Ik juich dit ritueel van een nieuw begin helemaal toe en als ik nadien zijn hoofd mag inwrijven met wat castorolie ontstaat spontaan het gesprek dat we al lang moesten voeren maar waarvoor ik de juiste invalshoek maar niet leek te vinden. En terwijl ik voor ’t eerst sinds lange tijd zijn lange slungelige lijf weer mag aanraken, spreken we over studeren en werken maar vooral over zijn welzijn en wat HIJ wilt met zijn leven. ‘Dat we ons geen zorgen moeten maken’, zegt hij krachtig, ‘ik ben echt ok’. En dat hij elke dag nadenkt over zijn leven, terwijl hij daarboven in zijn kamertje zit. Dat hij zo verlangde naar alleen wonen maar toen hij op de campus was het iets anders was dat hij voelde: dit is niet de plek waar ik wil zijn. Dat hij zich afvraagt of er ook een leven is zonder al dat ‘moeten’. Dat hij geen dingen tegen zijn zin wilt doen. Dat hij nog niet weet hoe, maar dat hij het anders wilt. Ondertussen smeer ik ook zijn bakkebaarden en oren in met wat voedende crème want als moeder weet ik ook: zo’n moment van lijfelijkheid gaat zich niet snel nog eens aandienen.
Al die woorden schudden de rebel in mij wakker uit haar slaap. En in een lichtelijke euforie zeg ik dingen als: dat ik hoop dat al die jonge mensen die uit het schoolsysteem vallen de voorbode zijn van een revolutie in het schoolsysteem en wie weet wel in de wereld. En dat zij misschien het kapitalistische systeem eindelijk zullen kunnen ombuigen. Maar vooral: hoeveel vertrouwen ik heb ik in hem. En in alle jongeren. Want mijn moederhart klopt vol trots. En hoop. En liefde.
Van de weeromstuit koop ik nadien in de winkel een chocoladecake in de vorm van een kerstboom en alle ingrediënten voor oliebollen. Want de mens is een complex wezen en allesbehalve consequent.
Ik wens iedereen vooral dat: het besef hoe complex we als mens zijn zodat we wat verdraagzamer worden. En dat we tegen al het gruwelijke leed dat we veroorzaken altijd een wapen hebben, namelijk: liefde. En dat er altijd hoop is. En wat een voorrecht het is om te mogen leven. En dat we ons daar wat meer bewust van zouden mogen zijn. Want uiteindelijk ‘de wereld’, dat zijn wij. Allemaal samen.
Je blijft het allemaal zo mooi verwoorden Swaane. Hoe ratio en gevoel elkaar in evenwicht proberen te houden. Hoe mensen uit contradicties bestaan, iets wat ik in mijn pubertijd rond 1968 heel scherp zag en mij altijd bijbleef. Hoe liefde de warme spil
vormt van geduld en verdraagzaamheid, van doorzettingskracht, hoop en vertrouwen. Hoe ontroerend hoe het kaalscheren van Jules meerdere lagen kreeg. Maarten scheerde mijn lange haren af in ‘82 en ‘88. Het doet wat met een mens, zoiets simpels en tegelijkertijd zo zuiverend, het hoofd openend. Jules gaat zijn weg wel vinden zoals elk vd boys, het leven is zowiezo een hobbelig pad. Ik heb altijd een zwak gevoeld voor Jules, je verhaal over hem komt dan ook fluitend binnenrijden. Ik ben benieuwd wanneer ik eindelijk bij jullie geraak nu mijn bezoek aan Erwin door de grote sneeuwval zowel bij hem in Winterberg als bij Maarten in Lahaymeix moet uitgesteld worden, hun wegen zijn nu te gevaarlijk om vervoer naar en van de verre stations te doen. Ik wens je veel tijd voor jezelf en voor de liefde die je verspreidt. Bisous
Zo intens mooi!!!