Wispelturigheid

Veel geslapen heb ik niet. Het is pikkedonker als ik Fons uitzwaai, die met zijn hebben en houden naar Parijs vertrekt. We hebben het niet uitgesproken, maar ik weet dat het lang gaat duren voor we elkaar weer zien. Er is een nieuwe fase aangebroken als je kind enkel nog thuiskomt voor Kerstmis en misschien eens in de zomer, als hij met zijn lief naar het zuiden afzakt.

Ik werp me op de berg afwas van de table d’hôtes van de avond ervoor. Wanneer het ochtendgloren zich aandient, ga ik wandelen met Brando. Het is fris, dus ik loop naar boven en wroet in de zak met winterkleren tot ik een vestje onder het stof vandaan haal.

De aarde is nog wat vochtig van de eerste stortregen twee dagen geleden. Een zoete geur van tijm, rozemarijn en dennennaalden stijgt op. De geur van de Provence. Plots verschijnt het beeld van slapende dieren op een matje voor de houtkachel. Een dampende theepot met gember en citroen. Maar ook de drang om te reizen. Een nieuw landschap. Ergens anders zijn. En ik verlang naar de geur van de regen op warm asfalt. Of van de geur van een roltrap in de metro. Een mens wil altijd wat hij niet heeft.

En ook: ‘be careful what you wish for’ want tien minuten later zit ik in de auto om Jules op te halen bij zijn kot. Gisteren zou hij dit weekend niet naar huis komen, maar vandaag wel. Wispelturigheid hoort nu eenmaal bij opgroeiende tieners.

Ondertussen is het kwik weer tot bijna 30 graden gestegen en loopt het zweet over mijn rug. Achter het stuur wring ik mij in bochten om dat vestje uit te trekken en verlang ik naar een verse ijsthee met heel veel ijsblokjes. De airco is kapot, dus de ramen en het dak gaan eraf en ik heb een kort Thelma & Louise-moment op die slingerende weg, op een zaterdagvoormiddag in september. Een tweeminutenvakantie.

‘Vooral de dieren heb ik gemist,’ zegt Jules, terwijl hij Belle tegen zich aandrukt. Dat zijn kamer tijdens zijn afwezigheid ingepalmd wordt door de hond en katten, vindt hij dan ook geen probleem. Nadat de ijskast geplunderd is en de zak met vuile was overhandigd, verdwijnt iedereen weer in zijn kamer. En ook Bert bevindt zich alleen in Parijs, want nadat Fons geïnstalleerd is, blijkt hij afgesproken te hebben met vrienden en is dat ‘gezellig samen nog iets eten ter afscheid’ ook geen optie meer. Wispelturigheid zet zich dan ook na de tienerjaren nog even door.

Ik lig mijmerend in bed. Schipperend tussen de zomer die er stilaan de brui aan geeft en de fakkel uitreikt naar de herfst. Schipperend tussen kinderen die het nest uit- en infladderen tot ze zo ver weg vliegen dat ze daar zelf iets moeten bouwen. En hoe dat dan gaat zijn, zo’n leeg nest? Daar proberen Bert en ik ons steeds meer een beeld van te vormen. ‘Gaan wij dan zo van die mensen zijn die in de zetel voor de televisie gaan leven?’ ‘Of herbeleven wij dan een tweede jeugd en reizen we de zijderoute af met Belle in onze jaszak?’ Bert is in ieder geval blij dat ik nu aan de slag ben als coach ‘want dan moeten wij niet heel de tijd praten.’ En zo komt uiteindelijk alles altijd op zijn pootjes terecht.

1 reactie op “ Wispelturigheid ”
  1. Het gebeurt zelden dat ik tijdens het lezen van je relaas geen krop in mijn keel krijg. Generatie op generatie herhalen zich de patronen, de dubbelheden van zovele ervaringen, de groeiende melancholie maar ook een groeiende vorm van innerlijke kracht én bevrijding van wat geen essentie is. Ik sta aan de zijlijn van jouw leven en zie mijn eigen worstelingen als in een spiegel herhaald. Als een heuvellandschap klimmen en dalen we af, en klimmen opnieuw, en soms totteren we onverwachts in razende vaart naar beneden. Je gaat genieten van meer vrijheid liefste Swaane, en dingen blijven ondernemen want dat zit in je bloed. Warm bloed. With love precious one ❤️❤️❤️

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.