“Wie weet kan ik Bert zo meteen bellen om te zeggen dat hij mag stoppen met het verslepen van zakken cement en puin en dat hij nooit meer zijn lijf moet kapotwerken. En kan ik de jongste gelukkig maken omdat hij nooit meer naar die stomme school moet en we een alternatief kunnen zoeken. En dat we met ons vijven een hele lange reis kunnen maken tijdens de zomer.” Ik ben helemaal in mijn nopjes als ik me naar het krantenwinkeltje begeef met mijn lottobriefje van 2.5 euro.
‘Dat versta ik niet,’ zegt Bert, ‘dat jij kan fantaseren over veel geld winnen om dan keer op keer teleurgesteld te worden als je dat ticketje hebt afgegeven.’ Maar ik vind dagdromen heel leuk en terwijl ik aanschuif in de rij bedenk ik nog dit: “ik zou een grote kangoeroewoning kopen zodat alle dochters om de beurt dicht bij mama kunnen zijn. Of kunnen melden aan mijn zussen en broers dat ze nooit meer een stomme job moeten uitvoeren of met een gigantische lening rond hun nek moeten leven. En ik zou kunnen investeren in projecten die de wereld een betere plek maken.” Ik kan daar uren over fantaseren en word daar oprecht vrolijk van.
Alhoewel, soms vloeit dat dagdromen over in een nachtmerrie. “Wat als iedereen ruzie krijgt? Vrienden ineens van alles van je willen? Dat plots iedereen je vriend wil zijn om mee te kunnen surfen op jouw fortuin? Of uit jaloezie niemand nog bevriend wil zijn? Dat mijn kinderen rotverwende mannen worden? Dat wij ons stierlijk gaan vervelen en dat het op een scheiding uitdraait?” Dan blijft het lottobriefje wekenlang in mijn portefeuille zitten omdat ik de doos van Pandora niet durf te openen.
De lage toon van het controlemachientje geeft aan dat ook vandaag een groot fortuin niet tot de mogelijkheden behoort. Maar dat houdt me niet tegen om opnieuw voor 2.5 euro een lotje te kopen dat weer tijdelijk in mijn portefeuille komt wonen en mijn hoofd zo af en toe vol dagdromen kleurt.
Maar er zijn ook al andere levens veel dichterbij gepasseerd. Eigenlijk bestaat elk moment uit oneindig veel mogelijkheden en zouden we oneindig veel verschillende levens gehad kunnen hebben.
Zo bekeek ik de documentaire ‘Bariloche’ over Vlaamse collaborateurs die naar Argentinië vluchtten. En het verhaal van mijn grootmoeder kwam weer bovendrijven. Hoe zij onderschept werd op weg naar Argentinië met twee kinderen in een rieten mand, mijn vader en zijn oudste zus. Vooral die kinderen in een rieten reismand spraken tot mijn verbeelding als klein meisje. Door die documentaire dacht ik ineens hoe anders het had kunnen lopen mochten ze toch in Zuid-Amerika geraakt zijn. Dan was ik er niet geweest, of misschien als een Argentijnse versie? Met een weelderige haardos en een olijfkleurige huid die nooit verbrandt? Een mens mag al eens dromen, hè?
Mijn ouders hebben beiden geen rijbewijs, dus wij gingen met de tram of reden met een ouder mee naar school. En zo stonden mijn zusje en ik een keer te wachten langs de weg. In mijn jaszak vond ik een verdwaalde napoleonbol die ik snel, zonder dat mijn zusje het zag, in mijn mond stak want ik wilde hem niet delen. Er stopte een wagen en een mama stapte uit om de koffer te openen, want toen kon je nog ongestoord met een koffer vol kinderen aankomen bij de schoolpoort. Tot mijn verbazing zag ik de jongen zitten waar ik verliefd op was en schoof naast hem in de koffer. Mijn hart klopte zo hard van opwinding en spanning, maar ik durfde niets zeggen. Daarbij hield ik dat snoepje strak op mijn tong geklemd, want snoepgoed was toen iets heel kostbaars en dat deelde je, maar ik vond dat vies. Plots schoot die napoleonbol naar achteren in mijn keel en kreeg ik nog amper adem. Maar ik bleef stoïcijns voor me uit staren. Ik wilde geen dramatische taferelen met een heimlichgreep nu ik naast die jongen zat, maar ook niet uitgemaakt worden voor ‘gierigaard’ omdat ik die napoleonbol niet had gedeeld. Ik zag al sterretjes voor mijn ogen en dacht dat ik elk moment zou flauwvallen toen plots de auto abrupt remde, waardoor wij door de lucht vlogen en de napoleonbol uit mijn keel schoot. Iedereen gilde, maar ik haalde diep adem en niemand zag hoe het snoepje naar voren vloog en tussen opvliegende boekentassen verdween. De moeder en andere kinderen waren in shock toen we bij de schoolpoort aankwamen, maar ik was euforisch: mijn reputatie was gered en ik was niet verstikt door een napoleonbol. Het had ook toen helemaal anders kunnen uitdraaien, dat leven van me.
Ook toen mijn voormalig lief en ik in Australië het lumineuze idee kregen om ’s nachts naakt in de oceaan te duiken. Ach, je bent jong en verliefd en vooral roekeloos, maar de volgende dag werd er aan dat strand iemand doodgebeten door een haai die er blijkbaar al enkele dagen in de baai rondzwom. Onze romantische nachtelijke zwempartij had ook in een heus bloedbad kunnen eindigen met een krantenkop over die domme toeristen die de waarschuwingsborden in de wind slaan. Dat had ook gekund.
En als ik een verblijfsvergunning had gekregen in plaats van een toeristenvisum, dan hoefde ik niet om de drie maanden Australië te verlaten en nadien weer binnenvliegen. En als ik voor één van die reizen niet had beslist om van die gelegenheid gebruik te maken om met een goede vriend door Vietnam te reizen, dan had mijn jaloers lief het niet uitgemaakt en woonde ik misschien wel in Cornwall. En als ik in Vietnam niet het idee had opgepikt om een eigen kledinglijn te beginnen omdat ik daar allemaal prachtige stoffen en goede kleermakers aantrof, dan was ik niet voor het voldongen feit gesteld dat ik beter af was in België om mijn startkapitaal bijeen te verdienen dan als illegale werker in Australië. En als ik niet, het zou tijdelijk zijn, weer naar mijn geboorteland was teruggekeerd, dan had Bert, toen hij dat restaurant in Antwerpen binnenwandelde, mij daar nooit aangetroffen.
En ook al weet ik beter, ik geloof zo graag dat het allemaal in de sterren geschreven stond, want soms zijn al die mogelijkheden te mooi om toevallig te zijn.
Zoals verschenen op auparleur.be
Mammà mia, bellissimo Swaane! In het Italiaans want ik ben gisterenavond na meer dan 10j -zo goed als onverwachts- weer in Padova aangekomen, in Paolo’s stad waar ik hem in de jaren ‘80-‘90 bezocht en waar ik na zijn dood gedurende 10j verbleef tijdens mijn zoektocht naar zijn schilderijen. Ik vond er al zo’n 700 bij 120 mensen. Paolo zou 80 worden komende herfst. Ik logeer deze week bij vroegere vrienden van hem, morgen bekijk ik een bescheiden tentoonstelling in een boekhandel in Abano Terme met portretten die hij schilderde en overmorgen bezoek ik Paolo’s twee broers Loris en Gianni terug vlakbij het dorp waar ze met hun drie andere broers opgroeiden. Ik ben zo blij dat je Paolo’s schilderijen koestert, dat hun kleuren in jullie huis jubelen. In het huis waar ik nu ben hangt in elke kamer en gang een schilderij van Paolo, hartverwarmend gezelschap… Baci cara mia
Oh geniet ervan Bieke! Ja Paolo woont ook in ons huis. Baci baci